ECLI:NL:RBDHA:2025:2800
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van partijdigheid en schending hoor en wederhoor
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een bestuursrechtelijke zaak tegen het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het verzoek betrof vermeende schending van het beginsel van hoor en wederhoor, partijdige bejegening en discriminerende vragen van de rechter.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal, schriftelijke stukken en de mondelinge behandeling. Er is geoordeeld dat verzoeker en zijn vertegenwoordiging voldoende gelegenheid hebben gekregen om hun standpunten naar voren te brengen. De vraag van de rechter over de kosten van verzoeker werd feitelijk en neutraal gesteld naar aanleiding van een nieuw argument en bood ook de wederpartij de mogelijkheid te reageren.
Klachten over een ongelijke bejegening en een vermeende schijn van partijdigheid werden niet onderbouwd met concrete feiten of omstandigheden. De wrakingskamer benadrukte dat de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat alleen bijzondere omstandigheden tot wraking kunnen leiden.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen, met de bepaling dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid of schending van hoor en wederhoor.