ECLI:NL:RBDHA:2025:2803
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid bij gevangenneming
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Den Haag, stellende dat deze vooringenomen waren omdat de rechtbank had aangegeven voornemens te zijn tot zijn gevangenneming. Verzoeker voelde zich hierdoor in een hoek gedrukt en vreesde dat de beslissing al vaststond zonder dat hij zich kon uitlaten.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank slechts een voorlopig oordeel had gegeven en verzoekers advocaat de gelegenheid had geboden om hierop te reageren, inclusief een schorsing van de zitting van dertig minuten voor hoor en wederhoor. Tevens werd benadrukt dat de rechtbank nog geen definitieve beslissing had genomen.
De vermeende onjuistheid in de schriftelijke reactie van de rechters over camerabeelden en een bekentenis werd niet als reden voor vooringenomenheid gezien, omdat dit slechts een toelichting betrof op de aanwezigheid van ernstige bezwaren en niet op het eindoordeel.
De wrakingskamer concludeerde dat geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen en het strafproces wordt voortgezet.