ECLI:NL:RBDHA:2025:2813
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijke ongegrondheid
Op 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie het asielverzoek van de verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, locatie Middelburg.
De voorzieningenrechter heeft op 24 februari 2025 uitspraak gedaan zonder zitting, waarbij het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. Deze beslissing volgt op een eerdere uitspraak in een gerelateerde zaak (NL24.50521), waarin het beroep op het bestreden besluit is behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.