ECLI:NL:RBDHA:2025:2826
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en militaire dienstweigering
Eiser, een Turkse Koerd, verzocht asiel in Nederland wegens weigering militaire dienstplicht in Turkije en discriminatie. Hij diende zijn aanvraag in op 26 november 2024, maar de minister wees deze af als kennelijk ongegrond op 10 december 2024.
De rechtbank behandelde het beroep op 31 januari 2025 en oordeelde dat de minister terecht de identiteit van eiser ongeloofwaardig achtte, mede omdat eiser zijn paspoort en identiteitskaart had vernietigd en alleen een kopie van zijn rijbewijs overlegd had. Daarnaast vond de rechtbank dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn dienstplichtontduiking, ondanks screenshots van e-Devlet, die niet aan hem te koppelen waren.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat hij het voordeel van de twijfel had moeten krijgen en bevestigde dat de minister op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d en h, van de Vreemdelingenwet 2000 de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond kon afwijzen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.