AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Eiser, een Nigeriaanse staatsburger, is sinds 7 oktober 2024 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 vanPro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat de maatregel onrechtmatig is voortgezet omdat de uitzetting onvoldoende voortvarend wordt voorbereid en dat hij recht heeft op schadevergoeding.
De rechtbank toetst of de maatregel sinds 12 december 2024 rechtmatig is. Verweerder heeft meerdere rappels gestuurd aan de Nigeriaanse autoriteiten en gesprekken gevoerd met eiser over zijn vertrek. De Nigeriaanse autoriteiten hebben medewerking verleend aan geplande presentaties, wat wijst op voortgang.
Eiser weigert echter actief mee te werken aan zijn terugkeer, onder meer door niet te verschijnen bij een geplande presentatie en geen contact te willen opnemen met de Nigeriaanse vertegenwoordiging. Hierdoor is geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank oordeelt dat de langere duur van de bewaring voor rekening van eiser komt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.7849
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. S. Igdeli),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. K. Kanters).
Procesverloop
Verweerder heeft op 7 oktober 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft desgevraagd een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft [1] en het onderzoek op 25 februari 2025 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1976 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 17 oktober 2024. [2] Vervolgens is een vervolgberoep ingediend. Verwezen wordt naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 december 2024. [3] Uit deze laatste uitspraak volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 12 december 2024, rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Er is op 24 september 2021 een aanvraag ingediend voor een laissez-passer (hierna: lp) bij de Nigeriaanse autoriteiten en tot op heden is er, ondanks het versturen van rappels, geen enkele reactie van de Nigeriaanse autoriteiten gekomen. Het had op de weg van verweerder gelegen om de zaak van eiser op individueel niveau onder de aandacht van de autoriteiten te brengen.
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in de periode die nu ter toetsing voorligt voldoende voortvarend heeft gewerkt aan eisers uitzetting naar Nigeria. Verweerder heeft sinds het sluiten van het onderzoek in het vorige vervolgberoep driemaal gerappelleerd bij de Nigeriaanse autoriteiten, namelijk op 24 december 2024, 16 januari 2025 en 6 februari 2025. Daarnaast heeft met eiser op 3 januari 2025 en 4 februari 2025 een vertrekgesprek plaatsgevonden. De rechtbank volgt niet de stelling van eiser dat ondanks het versturen van rappels geen enkele reactie is gekomen van de Nigeriaanse autoriteiten, nu de Nigeriaanse autoriteiten medewerking hebben verleend aan het plannen van een presentatie op 13 juni 2024 en 17 oktober 2024.
6. Eiser voert verder aan dat er (in zijn geval) geen zicht op uitzetting is binnen een redelijke termijn. Het is onduidelijk hoeveel lp’s er zijn afgegeven sinds 2021 door de Nigeriaanse autoriteiten, hoe vaak er presentaties plaatsvinden, hoeveel tijd er tussen een presentatie en het eventueel afgeven van een lp zit, hoe vaak er gerappelleerd dient te worden alvorens er een lp wordt verstrekt en op grond waarvan wordt aangenomen dat er geen lp wordt verstrekt. Daarnaast kan niet worden gesteld dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer, nu hij op alle gesprekken met DT&V [4] waar hij voor uitgenodigd is geweest, is verschenen. Ook heeft eiser zijn identiteitsgegevens aan verweerder verstrekt. Tijdens de asielprocedure is nooit aan zijn identiteit of nationaliteit getwijfeld en in Italië heeft hij dezelfde gegevens opgegeven.
7. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er zicht op uitzetting naar Nigeria in zijn algemeenheid en in het concrete geval van eiser ontbreekt. Van eiser mag worden verwacht dat hij actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting verleent. Daarvan is in dit geval geen sprake. Eiser heeft tijdens de vertrekgesprekken op 3 januari 2025 en 4 februari 2025 (wederom) meegedeeld dat hij niet wenst terug te keren naar Nigeria en dat hij niets heeft ondernomen om zijn terugkeer naar Nigeria mogelijk te maken dan wel te bespoedigen, omdat hij niet wil terugkeren naar Nigeria. Ook heeft eiser in het vertrekgesprek op 4 februari 2025 meegedeeld dat hij geen contact op wil nemen met de Nigeriaanse vertegenwoordiging, omdat dit het werk is van DT&V. Eisers stelling dat hij meewerkt aan zijn terugkeer wordt gelet hierop dan ook niet gevolgd. Daarbij komt dat een eerder geplande presentatie in persoon bij de Nigeriaanse autoriteiten op 17 oktober 2024 geen doorgang heeft gevonden, omdat eiser niet is verschenen. Niet is gebleken dat de Nigeriaanse autoriteiten niet alsnog een lp zullen verlenen als eiser meewerkt aan zijn actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting verleent. Dat als gevolg van eisers opstelling de vreemdelingenbewaring langer duurt, komt voor rekening en risico van eiser. 8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 26 februari 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.