De vrouw verzocht de rechtbank om kinderalimentatie vast te stellen voor haar minderjarige dochter, waarbij de vader juridisch verplicht is bij te dragen in de verzorging en opvoeding. De vader heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waardoor de rechtbank zich een grote mate van vrijheid moest veroorloven om tot een beslissing te komen.
Uit de stukken en de verklaringen van de vrouw blijkt dat de vader zich volledig onttrekt aan zijn rol en geen contact zoekt met het kind of de moeder. Ondanks herhaalde verzoeken heeft hij geen financiële informatie verstrekt, waardoor de rechtbank de alimentatie baseerde op de informatie van de vrouw over het inkomen en opleidingsniveau van de vader.
De rechtbank concludeerde dat de vader financieel in staat is om de gevorderde bijdrage van €1.000 per maand te betalen en dat er sprake is van onwil in plaats van onvermogen. De alimentatie wordt daarom toegewezen met ingang van de datum van de beschikking. Daarnaast overweegt de rechtbank het belang van het kind en de impact van het ontbreken van contact met de vader op haar ontwikkeling.
De rechtbank moedigt de vader aan zijn afwijzing te heroverwegen en een rol te vervullen in het leven van zijn dochter, zowel emotioneel als financieel, omdat dit ook in zijn eigen belang zou zijn. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 9 januari 2025.