ECLI:NL:RBDHA:2025:2913
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding met land van herkomst
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van een visum voor kort verblijf van eiseres, die in Iran woont en familie in Nederland wil bezoeken. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Iran had aangetoond, waardoor haar tijdige terugkeer niet gewaarborgd was.
De rechtbank oordeelt dat de minister de beoordeling met een ruime beoordelingsmarge heeft gemaakt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat eiseres zodanige bindingen heeft die haar terugkeer garanderen. De bezwaren tegen de motivering van de minister worden verworpen.
Daarnaast is het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk, omdat de minister inmiddels een beslissing heeft genomen. Wel wordt de minister veroordeeld tot een proceskostenvergoeding vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Het beroep tegen de visumafwijzing wordt ongegrond verklaard en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot een proceskostenvergoeding wegens te late beslissing op bezwaar.