Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr.T.M.M. Plukaard, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tadzjiekse staatsburger, diende op 4 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser eerder asielverzoeken in Duitsland had ingediend. Verweerder nam de aanvraag daarom niet in behandeling.
Eiser voerde aan dat het Duitse opvangsysteem systematische tekortkomingen vertoont, waardoor hij bij overdracht een reëel risico zou lopen op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest. Hij verwees naar passages uit het AIDA-rapport van juni 2024. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om het tegendeel aannemelijk te maken.
De rechtbank stelde vast dat het AIDA-rapport weliswaar problemen in het Duitse opvangsysteem signaleert, maar niet van structurele en ernstige tekortkomingen die een hoog drempelniveau bereiken. Eiser had ook geen eigen ervaringen aangevoerd die dit onderbouwen. Bovendien kan eiser zich bij problemen na overdracht tot Duitse autoriteiten wenden.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van verweerder in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F.A. Groeneveld op 24 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.