ECLI:NL:RBDHA:2025:2934
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, is op 7 december 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel van bewaring duurt voort en eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren daarvan, met een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder op 18 december 2024 de rechtmatigheid van de maatregel tot dat moment getoetst en geoordeeld dat deze rechtmatig was. De beoordeling van het voortduren van de maatregel richt zich daarom op de periode na 18 december 2024.
Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting naar Marokko, terwijl verweerder stelt dat hij herhaaldelijk rappels heeft gestuurd naar de Marokkaanse autoriteiten en regelmatig vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarendheid heeft betracht, mede gelet op de afhankelijkheid van medewerking door de Marokkaanse autoriteiten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.