ECLI:NL:RBDHA:2025:2955

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 januari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
C/09/677804 / FA RK 24-9230
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken tot uitsluitend gebruik echtelijke woning en voorlopige partneralimentatie

Partijen zijn gehuwd en wonen met hun meerderjarige kinderen in de echtelijke woning. De vrouw verzoekt de rechtbank om de man het uitsluitend gebruik van de woning toe te kennen en haar partneralimentatie toe te kennen. Zij stelt dat de man zich intimiderend gedraagt en dat de situatie thuis onhoudbaar is, wat haar gezondheid schaadt. De man betwist deze situatie, stelt dat partijen al langer gescheiden leven in dezelfde woning en dat de kinderen niet willen dat hij vertrekt. Hij heeft bovendien geen financiële middelen voor alternatieve huisvesting.

De rechtbank weegt het belang van beide partijen en concludeert dat het belang van de vrouw niet groter is dan dat van de man. Gezien het feit dat de man het grootste deel van de dag afwezig is en geen alternatieve woonruimte beschikbaar is, wordt niet bevolen dat één van de partijen de woning per direct moet verlaten. De rechtbank benadrukt dat partijen zich moeten inspannen voor alternatieve woonruimte en respectvol met elkaar en de kinderen moeten omgaan.

Ten aanzien van de voorlopige partneralimentatie oordeelt de rechtbank dat de vrouw haar behoefte onvoldoende heeft onderbouwd en dat, zolang partijen samen in de woning verblijven, zij gezamenlijk de woonlasten en huishoudkosten naar draagkracht moeten dragen. De verzoeken worden daarom afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot uitsluitend gebruik van de woning en voorlopige partneralimentatie af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9230
Zaaknummer: C/09/677804
Datum beschikking: 31 januari 2025

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 23 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.J. Berghout te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.B. Brouwer te ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift met zelfstandig verzoek, ingekomen op 16 januari 2025.
Op 17 januari 2025 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat.
Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2005 te [plaats 2].
  • De door de vrouw op 27 augustus 2024 aanhangig gemaakte echtscheidingsprocedure is bij deze rechtbank bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/671548 / FA RK 24-6123.
  • Partijen zijn de ouders van de volgende kinderen:
  • de nu meerderjarige [naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2000 te [geboorteplaats 1] ;
  • de nu jong-meerderjarige [naam 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 2] .
- Partijen wonen met de meerderjarige kinderen in de echtelijke woning.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
  • de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) te [plaats 1] , met het bevel dat de man die woning moet verlaten en verder niet mag betreden;
  • een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van € 2.506,79 per maand wordt vastgesteld;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken en verzoekt zelfstandig dat:
- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, met het bevel dat de vrouw die woning moet verlaten en verder niet mag betreden;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning
De vrouw stelt dat de spanningen tussen partijen zijn opgelopen. De man is meermaals flink uitgevallen tegen de vrouw en heeft verwijten en bedreigingen geuit. Dat was voor de vrouw intimiderend. De kinderen hebben ook moeite met het gedrag van de man. De communicatie tussen partijen is nihil. De man vertrekt om 08.00 uur en komt om 20.00 uur thuis. De vrouw trekt zich terug op de slaapkamer om een confrontatie te voorkomen. De vrouw kan de huidige situatie niet langer volhouden. Zij slikt kalmeringsmiddelen om met de situatie thuis te kunnen omgaan. Er is sprake van zoveel stress waardoor de vrouw vreest weer geconfronteerd te worden met de diagnose kanker. De vrouw zorgt ervoor dat het huishouden loopt, dat er wordt gekookt en zij zorgt voor de kinderen. De man houdt zich slechts bezig met zijn werk. De vrouw wil voor de kinderen blijven zorgen, daarom kan zij niet in haar eentje een alternatieve verblijfplaats regelen.
De man betwist de door de vrouw gestelde situatie in huis. Partijen leven al langer gescheiden in dezelfde woning en de kinderen hebben daar hun modus in gevonden. De kinderen willen ook niet dat de man het huis uit wordt gezet. Het gaat niet goed met het bedrijf van de man. Hij heeft geen financiële middelen om een andere woning te bekostigen. De vrouw heeft vaste inkomsten en het lijkt daarom voor haar minder moeilijk om een andere woonruimte te vinden. Maar nu de kinderen nog thuis wonen, spreekt de man de wens en hoop uit dat er een modus kan worden gevonden dat partijen voorlopig beiden in de woning blijven wonen. Primair verzoekt de man daarom afwijzing van het verzoek van de vrouw. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat het uitsluitend gebruik van de woning wel aan een partij moet worden toegekend, dan stelt de man dat hij meer belang bij het gebruik van de woning heeft dan de vrouw.
De rechtbank stelt voorop dat zowel de vrouw als de man er belang bij heeft om in de woning te blijven. De man wenst dat vooralsnog met de vrouw en de twee meerderjarige kinderen van partijen te doen. De vrouw stelt dat dit wat haar betreft niet langer kan.
Na een belangenafweging komt de rechtbank tot de conclusie dat het belang van de vrouw niet groter is dan dat van de man. Partijen hebben naar het oordeel van de rechtbank een vergelijkbaar belang bij het gebruik van de woning. Nu de man al het grootste deel van de tijd niet thuis is - de man is zes dagen in de week tussen 8:00 uur en 20:00 uur buitenshuis -en bovendien niet is gebleken dat één van partijen per direct ergens anders terecht kan, zal de rechtbank niet bevelen dat één van partijen nu de echtelijke woning moet verlaten.
De rechtbank overweegt daarbij verder dat de man de financiële middelen niet heeft om nu een alternatieve woonruimte te bekostigen. De man heeft op de zitting toegelicht dat hij ook niet bij familie terecht kan, omdat de relatie met zijn familie is verbroken. De vrouw heeft op de zitting toegelicht dat zij met behulp van maatschappelijk werk een misschien een kamer voor zichzelf zou kunnen krijgen, maar de vrouw wil bij de kinderen blijven. De rechtbank begrijpt dat de huidige situatie waarbij partijen met hun meerderjarige kinderen nog in de echtelijke woning verblijven veel van de vrouw vraagt en dat dit al niet te lang meer moet duren, maar de rechtbank ziet in wat partijen naar voren hebben gebracht onvoldoende aanleiding om de man nu te bevelen de woning per direct te verlaten. Uiteindelijk zal in de echtscheidingsprocedure één van partijen het huurrecht van de woning toegewezen krijgen en de ander zal dan de woning alsnog moeten verlaten. Zolang niet duidelijk is aan wie het huurrecht zal worden toegekend en partijen daarover ook geen afspraken kunnen maken, zullen beide partijen zich ervoor moeten inspannen om zo snel mogelijk (eventueel tijdelijke) alternatieve woonruimte te vinden. Ook mag van beide partijen verwacht worden dat zij hun best doen om respectvol met elkaar om te gaan en dat zij hun kinderen niet betrekken bij zaken die hen niet aangaan.
Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank de verzoeken tot het uitsluitend gebruik van de woning zal afwijzen.
Voorlopige partneralimentatie
Nu partijen vooralsnog samen in de woning zullen blijven, en de vrouw bovendien haar behoefte niet (voldoende) heeft onderbouwd met een berekening, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het vaststellen van een voorlopige partneralimentatie. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw op dit punt eveneens afwijzen. Uiteraard zullen partijen, in ieder geval zo lang zij samen gebruik blijven maken van de woning, de woonlasten en andere kosten van huishouding gezamenlijk naar draagkracht moeten blijven dragen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, rechter, bijgestaan door mr. R.P. Bas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 januari 2025.