ECLI:NL:RBDHA:2025:2973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens niet tijdig herstel gebreken in loonberekening
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) betreffende de berekening van haar dagloon. De rechtbank heeft in een eerdere tussenuitspraak verweerder de gelegenheid gegeven om de geconstateerde gebreken in het besluit te herstellen, waaronder het meenemen van loon in natura en het nader onderzoeken van opgaven door de Spaanse werkgever.
Verweerder heeft echter nagelaten binnen de gestelde termijn de gebreken te herstellen en heeft ook geen tijdige verlenging van deze termijn aangevraagd. Ondanks dat verweerder aangeeft nog bezig te zijn met het onderzoek, is de termijn verstreken zonder herstel. Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit.
Daarnaast krijgt eiseres een vergoeding van de proceskosten, zij het beperkt tot de reiskosten die verband houden met de zitting, en het betaalde griffierecht. Vergoeding van andere kosten, zoals advocaatkosten en verletkosten, wordt afgewezen omdat deze niet voldoen aan de criteria voor vergoeding in deze procedure.
De rechtbank draagt verweerder op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, rekening houdend met deze uitspraak en de eerdere tussenuitspraak. De uitspraak is gedaan door rechter M.P. Verloop en griffier M. Klaus op 21 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens niet tijdig herstel van gebreken.