Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 16 april 2024 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen hiermee instemden.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, vermeerderd met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien is meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is.
Op basis van een eerdere uitspraak over het fifo-principe is een nieuwe beslistermijn van 90 dagen gesteld, te rekenen vanaf het moment dat de aanvraag volgens dit principe in behandeling wordt genomen, te weten uiterlijk 30 mei 2026. De rechtbank legt een bestuurlijke dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442,- en veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot €453,50. De minister wordt opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.