Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. G. Cambier).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister heeft op 25 november 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de zaak op basis van stukken beoordeeld.
De rechtbank stelt vast dat het zicht op uitzetting naar Algerije aanwezig is, zoals ook bevestigd in een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het onderzoek bij de Algerijnse autoriteiten loopt nog en de minister houdt regelmatig contact voor de afgifte van een laissez passer. Eiser heeft echter onvoldoende invulling gegeven aan zijn plicht tot actieve en volledige medewerking, onder meer door een passieve houding en het niet onderbouwen van zijn identiteit en nationaliteit.
De belangenafweging leidt ertoe dat het belang van de minister bij voortzetting van de bewaring zwaarder weegt dan het belang van eiser bij opheffing. De rechtbank oordeelt dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig was en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.