ECLI:NL:RBDHA:2025:3014

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
NL25.941
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 DublinverordeningArt. 2 onder g DublinverordeningArt. 16, eerste lid DublinverordeningArt. 8 DublinverordeningArt. 9 Dublinverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Spanje op grond van Dublinverordening

Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 30 juni 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is volgens artikel 13 van Pro de Dublinverordening, aangezien eiser illegaal via Spanje de EU binnenkwam op 18 juni 2024. Spanje heeft dit bevestigd door een verzoek tot overname te aanvaarden.

Eiser betwist deze verantwoordelijkheid en voert aan dat hij niet geïnformeerd was over mogelijke terugzending, dat Spanje ontoereikende opvang en medische zorg biedt, en dat hij in Nederland familieleden heeft die voor hem willen zorgen. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Spanje zijn verplichtingen niet nakomt. Zijn medische situatie is niet zo ernstig dat Nederland het meest aangewezen land is voor behandeling.

Ook is niet gebleken van een afhankelijkheidsrelatie met familie in Nederland die een uitzondering op de Dublinverordening zou rechtvaardigen. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.941

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. M.M. van Duren).

Procesverloop

Bij besluit van 2 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 20 februari 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 1977 en heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft op 30 juni 2024 een asielaanvraag ingediend.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 18 juni 2024 illegaal via Spanje het grondgebied van de EU [2] is ingereisd. Omdat de illegale inreis plaatsvond binnen een termijn van twaalf maanden voordat eiser in Nederland om asiel heeft gevraagd, is op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening [3] Spanje verantwoordelijk voor de asielaanvraag. Nederland heeft op grond hiervan een verzoek om overname gedaan. Op 22 oktober 2024 heeft Spanje het verzoek aanvaard, waarmee de verantwoordelijkheid van Spanje vaststaat.
3. Eiser betwist de verantwoordelijkheid van Spanje om zijn asielaanvraag in behandeling te nemen, omdat hij in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend. Verder was hij niet geïnformeerd over de mogelijkheid dat hij via de Dublinverordening terug zou worden gestuurd. Daarnaast kan ten aanzien van Spanje niet langer worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In Spanje is geen (passende) medische hulp en opvang, omdat de opvangvoorzieningen daar ontoereikend zijn. Ter onderbouwing hiervan verwijst hij naar de update van het AIDA-rapport van 2023. [4] Het is belangrijk voor eiser om medische zorg te ontvangen, omdat hij door zijn ernstige rugklachten bijzonder kwetsbaar is. Hiervoor verwijst hij naar zijn medisch dossier en een afspraak op 13 februari 2025 bij een arts in het ziekenhuis. Hij heeft in Spanje namelijk nimmer toegang gekregen tot deze voorzieningen. Tot slot heeft eiser in Nederland zijn familieleden, schoonzus/nichten en hun gezinnen, wonen die hij als zussen beschouwt. Zij hebben ook aangegeven voor eiser te willen zorgen na zijn rugoperatie, zodat hij afhankelijk is van hen. Hij is ook naar Nederland doorgereisd voor hen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Niet in geschil is dat eiser via Spanje het grondgebied van de EU is ingereisd op 18 juni 2024, en op 30 juni 2024 in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend. Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening is Spanje dan ook verantwoordelijk voor eisers asielaanvraag nu hij binnen een periode van twaalf maanden nadat hij de EU is ingereisd via Spanje, in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend. Deze verantwoordelijkheid is door Spanje met het claimakkoord bevestigd. Dat eiser in Spanje geen asielaanvraag heeft ingediend en de intentie had om dat in Nederland te doen, leidt niet tot een andere conclusie. Het ligt verder op de weg van eiser om in Spanje te klagen indien hij van mening is dat hij ten onrechte niet is geïnformeerd over de gevolgen die uit de Dublinverordening voortvloeien.
5. Verweerder mag, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, er in beginsel vanuit gaan dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling [5] blijkt dat ten aanzien van Spanje nog altijd kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij de update van het AIDA-rapport waar eiser naar verwijst, is betrokken bij dit oordeel. [6] Het is niet gebleken dat eiser in Spanje geen toegang zal krijgen tot de opvang en medische voorzieningen. Daarnaast zijn eisers eerdere ervaringen gebaseerd op een zeer korte periode in Spanje. Verder heeft eiser eerder zelf toegang tot de opvang in Spanje geweigerd. [7] Spanje heeft verder met het claimakkoord gegarandeerd eisers asielaanvraag in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen. Dit betekent ook dat als eiser na overdracht onverhoopt geen toegang heeft tot een tolk of als de opvang- en medische voorzieningen onvoldoende zouden zijn, het op zijn weg ligt om daarover in Spanje te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties. Dat dit voor hem niet mogelijk, uiterst moeilijk of bij voorbaat zinloos is, is niet gebleken. Ook is niet gebleken dat de autoriteiten van Spanje hem niet zouden kunnen of willen helpen.
6. Uit het medisch dossier blijkt dat eiser rugklachten heeft, waarvoor hij pijnstilling heeft ontvangen en blijkt uit de brief van het ziekenhuis dat hij daar een consult heeft gehad op 13 februari 2025. Ter zitting voert zijn gemachtigde verder aan dat eiser een week nadien een afspraak heeft in het ziekenhuis om uitleg te krijgen over zijn operatie. Desgevraagd geeft de gemachtigde op zitting aan dat nog geen datum bekend is van een eventuele operatie, maar verwacht hij dat dit op korte termijn zal plaatsvinden.
Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser, gelet hierop, niet bijzonder kwetsbaar is. Niet is gebleken dat eisers medische situatie zodanig ernstig is dat een acute, specialistische behandeling nodig is en dat Nederland daarvoor het meest aangewezen land is. Daarnaast kan geen rekening worden gehouden met de gestelde operatie nu daar nog geen datum van bekend is. Verder mag verweerder, gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ervan uitgaan dat de medische voorzieningen in Spanje vergelijkbaar zijn met die in Nederland.
7. Verweerder heeft verder voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken van gezinsleden in Nederland als bedoeld in artikel 2, onder g, van de Dublinverordening. Verder is ook voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken van een afhankelijkheidsrelatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Dublinverordening tussen eiser en zijn schoonzus/nichten en hun gezinnen. Dat sprake is van familiebanden en vanuit culturele achtergronden eiser zich bij hen wenst te voegen, zodat zij ook zorg kunnen dragen voor hem, is onvoldoende om een dergelijke relatie aan te nemen.
8. Tot slot heeft verweerder de relatie tussen eiser en zijn familie in Nederland in redelijkheid niet hoeven aan te merken als bijzondere, individuele omstandigheid die maakt dat de overdracht van eiser aan Spanje van onevenredige hardheid getuigt. In dit verband geldt dat in artikelen 8, 9, 10, 11 en 16 van de Dublinverordening de mogelijkheden voor het bijeenhouden en -brengen van gezinsbanden in de asielprocedure zijn uitgewerkt en dat de Dublinverordening op zichzelf niet is bedoeld als route waarlangs op reguliere gronden verblijf bij een familie- of gezinslid in Nederland kan worden verkregen. Verweerder heeft in die relatie van eiser en zijn in Nederland verblijvende familie dan ook geen aanleiding hoeven zien om eisers asielaanvraag aan zich te trekken.
9. Verweerder heeft eisers asielaanvraag dan ook terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 26 februari 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Europese Unie.
3.Verordening (EU) nr. 604/2013.
4.Asylum Information Database, Country report update 2023 Spain.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.ABRvS 8 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1481, 27 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2880 en 24 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2548.
7.Rapport aanmeldgehoor van 11 juli 2024, p. 6 van 9.