Eiser, een Algerijnse nationaliteit, verzocht op 7 januari 2024 om een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Algerije. De minister wees de aanvraag op 19 november 2024 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de geaardheid en de daarmee samenhangende problemen.
De rechtbank behandelde het beroep op 19 februari 2025 en oordeelde dat de minister terecht het referentiekader van eiser had betrokken, waaronder zijn jonge leeftijd, culturele achtergrond en de strafbaarheid van homoseksualiteit in Algerije. De verklaringen van eiser over zijn gevoelens, relaties en problemen met zijn broer werden als vaag, oppervlakkig en wisselend beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende inzicht had gegeven in zijn persoonlijke beleving van zijn geaardheid en dat de minister terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van de asielmotieven. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand.