De rechtbank Den Haag behandelde op 18 februari 2025 het beroep van Stichting Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning tweede fase te verlenen voor het bouwen van 132 appartementen en een half verdiepte parkeergarage op de locatie Beresteinlaan.
De rechtbank oordeelde dat de beroepsgronden van eiseres betrekking hadden op de omgevingsvergunning eerste fase, terwijl het beroep was gericht tegen de tweede fase vergunning. De eerste fase vergunning was inmiddels onherroepelijk, en de gronden van het beroep hadden geen betrekking op de relevante weigeringsgronden van de tweede fase vergunning.
Daarnaast vond de rechtbank geen aanwijzingen voor belangenverstrengeling zoals door eiseres gesteld. Hierdoor werd het beroep ongegrond verklaard, bleef de omgevingsvergunning tweede fase in stand, en kreeg eiseres geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.