ECLI:NL:RBDHA:2025:3056
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 30 september 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 4 februari 2025 behandeld. Verzoekster was daarbij aanwezig en bijgestaan door een gemachtigde, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was een tolk aanwezig.
Bij de uitspraak op de hoofdzaak (zaaknummer NL24.38916) is inmiddels een beslissing genomen, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.A. Oudenaarden en griffier M.J. Tijnagel en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en de voorziening niet langer nodig is.