Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 19 december 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk gesloten zonder zitting.
De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen. Op grond van de Awb is het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit, en kan beroep worden ingesteld na ingebrekestelling en het verstrijken van twee weken. De minister had binnen 90 dagen moeten beslissen, deze termijn met drie maanden verlengd, maar heeft niet tijdig besloten. De ingebrekestelling was rechtsgeldig en de termijn verstreken.
De rechtbank acht het beroep gegrond en legt de minister op binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsom van €1.442 wordt vastgesteld. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €453,50. De uitspraak is gepubliceerd en bevat een mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.