ECLI:NL:RBDHA:2025:3079
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking documenten dierproeven vanwege bescherming vergunninghouder
Eiseres verzocht om openbaarmaking van documenten over een onderzoek met dierproeven door een vergunninghouder. Verweerder weigerde dit op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), omdat de identiteit van de vergunninghouder inmiddels bekend was en openbaarmaking de anonimiteit en veiligheid in gevaar zou brengen.
Eiseres voerde aan dat de Dierproevenrichtlijn alleen de namen en adressen van vergunninghouders beschermt en dat er geen actuele dreiging van dierenrechtenextremisme is. De rechtbank oordeelt echter dat de anonimiteit van de vergunninghouder in het belang is van diens veiligheid en dat de richtlijn dit risico veronderstelt, waardoor openbaarmaking terecht is geweigerd.
De rechtbank merkt op dat het bekend worden van de identiteit door een fout van de vergunninghouder het oordeel niet verandert en dat het aan de vergunninghouder is om anonimiteit in procedures te waarborgen. Ook het feit dat de vergunninghouder openlijk spreekt over algemene betrokkenheid bij dierproeven doet niet af aan het belang van anonimiteit van specifieke projecten.
Omdat de openbaarmaking terecht werd geweigerd, hoeven andere beroepsgronden niet te worden behandeld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van openbaarmaking van documenten over dierproeven wordt ongegrond verklaard.