Eiseres verzocht om openbaarmaking van documenten over een onderzoek met dierproeven, maar verweerder weigerde dit vanwege bescherming van de anonimiteit van de vergunninghouder. De vergunninghouder had bezwaar gemaakt en haar identiteit was per abuis bekend geworden.
De rechtbank oordeelt dat openbaarmaking niet mogelijk is zonder de anonimiteit van de vergunninghouder te schenden, wat een veiligheidsrisico inhoudt. Dit is in lijn met de Dierproevenrichtlijn die anonimiteit voorschrijft.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, maar eiseres krijgt proceskostenvergoeding. Het beroep tegen het besluit op bezwaar is ongegrond en de openbaarmaking blijft geweigerd.
De rechtbank benadrukt dat de vergunninghouder verantwoordelijk is voor het verzoek tot anoniem procederen om herhaling te voorkomen. De belangen van veiligheid en anonimiteit wegen zwaarder dan het belang van openbaarmaking in deze zaak.