Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 15 februari 2025 de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat bewaring niet noodzakelijk was voor het vaststellen van zijn identiteit of nationaliteit, omdat deze gegevens al bekend waren en hij zich niet aan toezicht zou onttrekken.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel op de juiste wettelijke grondslag was opgelegd. Eiser had geen officiële documenten overlegd om zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen. De minister had voldoende en feitelijk juiste zware gronden aangevoerd, waaronder het risico op onttrekking en het ontbreken van een inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). De lichte grond dat eiser geen vaste woon- of verblijfplaats had, werd eveneens als juist beoordeeld.
De rechtbank stelde ambtshalve vast dat de maatregel tot het moment van sluiting van het onderzoek niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.