Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:3201

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2025
Publicatiedatum
4 maart 2025
Zaaknummer
AWB 24-16861
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Verzoeker heeft bij besluit van 7 oktober 2024 een aanvraag voor een verblijfsvergunning EU/EER ingediend, welke niet in behandeling is genomen door de minister van Asiel en Migratie. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht.

Het griffierecht, dat op grond van artikel 8:82 Awb Pro verschuldigd is, is niet betaald. Ondanks een aangetekende brief waarin verzoeker werd verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, is deze brief niet opgehaald en bleef betaling uit. Dit wordt geacht voor rekening en risico van verzoeker te komen.

Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van een verschoonbare reden voor het verzuim. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 24/16861
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer]

en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 7 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning EU/EER niet in behandeling genomen.
Verzoeker heeft op 22 oktober 2024 bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 17 januari 2025 heeft verweerder op het bezwaar beslist.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt door de griffier een griffierecht geheven.
2. Op grond van artikel 8:82, derde lid, en artikel 8:41, zesde lid, van de Awb wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. Op 26 oktober 2024 heeft het LDCR op verzoek van de griffier per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen twee weken te betalen. Op 27 november 2024 heeft het LCDR de verzonden nota retour ontvangen. Uit de informatie van PostNL blijkt dat verzoeker de aangetekende brief niet heeft opgehaald bij het PostNL-punt. De voorzieningenrechter mag er in beginsel van uitgaan dat verzoeker een afhaalbericht van deze aangetekende brief heeft ontvangen. Het niet afhalen van een aan hem geadresseerd aangetekend poststuk is een omstandigheid die voor rekening en risico van verzoeker komt.
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat het griffierecht niet is betaald. Verder is niet gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, op 27 februari 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.