De rechtbank Den Haag behandelt het beroep van eiser tegen de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning asiel. Eiser had zich op 16 november 2022 gemeld bij het Aanmeldcentrum in Ter Apel en ontving een loopbrief op die datum. De minister had de verblijfsvergunning vastgesteld met ingang van 2 juni 2023, wat eiser betwistte.
De rechtbank beoordeelt de zaak op basis van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 januari 2025, waarin is bepaald dat de asielaanvraag wordt ontvangen op het moment dat de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakt. Dit moment is in deze zaak de datum van de loopbrief, 16 november 2022.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betreft en stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vast op 16 november 2022. Tevens veroordeelt zij de minister tot betaling van proceskosten van €907,- aan eiser, waarbij geen verlaging van de wegingsfactor wordt toegepast.