ECLI:NL:RBDHA:2025:3321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij visumaanvraag
De zaak betreft een beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar visumaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. Na afwijzing van de aanvraag en het bezwaar, diende eiseres beroep in bij de rechtbank. De rechtbank heeft vastgesteld dat het griffierecht van €187,- niet is betaald, ondanks herhaalde verzoeken en aanmaningen door de griffier.
Eiseres had verzocht om vrijstelling van het griffierecht, maar heeft geen bewijs geleverd dat zij hiervoor in aanmerking komt. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te voldoen, onder meer via aangetekende brieven, maar zonder resultaat. Er is geen geldige reden aangevoerd voor het niet betalen.
Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is het niet betalen van het griffierecht een reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank heeft daarom het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaart het niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.