ECLI:NL:RBDHA:2025:3323

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
NL24.42934
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c VwArt. 28 Procedurerichtlijn 2013/32/EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Buiten behandeling stelling opvolgende asielaanvraag wegens niet tijdig overleggen paspoort

Eiser, een Ivoriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 10 oktober 2024 een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder verzocht eiser om vier originele documenten te overleggen, waaronder een paspoort, via het formulier M35-O en aanvullende voornemens. Hoewel eiser aanvankelijk het paspoort terugkreeg omdat de aanvraag incompleet was, werd hij alsnog verzocht dit binnen een week na 18 oktober 2024 te overleggen.

Eiser heeft het paspoort echter pas op 30 oktober 2024 ingeleverd, waardoor hij niet binnen de gestelde termijn voldeed aan het verzoek om essentiële informatie te verstrekken. Dit leidde tot het besluit van verweerder om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.

Eiser voerde aan dat hij wel op tijd in Ter Apel was om het paspoort in te leveren en dat verweerder te bureaucratisch handelde door een nieuwe aanvraag te eisen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld omdat eiser niet voldeed aan zijn informatieplicht en geen verschoonbare reden gaf voor de late indiening.

Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw op 4 maart 2025 te Middelburg.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buiten behandeling stelling van de asielaanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.42934

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 28 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1983 en de Ivoriaanse nationaliteit te hebben. Op 10 oktober 2024 heeft hij een opvolgende asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft op 10 oktober 2024 een voornemen uitgebracht, waarin eiser is gevraagd om de vier originele documenten die hij heeft benoemd in het door hem ingevulde formulier M35-O te overleggen. Vervolgens is op 18 oktober 2024 een aanvullend voornemen uitgebracht. Daarbij heeft verweerder overwogen dat eiser inmiddels heeft voldaan aan het verzoek om nadere informatie te verstrekken omtrent de kennisgeving (model M35-O). Hij dient wel zijn originele paspoort, dat aan hem is teruggegeven omdat de aanvraag niet compleet was, alsnog te overleggen voor onderzoek. Verweerder heeft eiser hiervoor een week de tijd gegeven. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers opvolgende asielaanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] , omdat hij niet binnen de gestelde termijn zijn paspoort heeft overgelegd.
3. Eiser stelt in beroep dat zijn aanvraag ten onrechte buiten behandeling is gesteld. Hij was binnen de gestelde termijn in Ter Apel om zijn paspoort in te leveren. Dit was voor verweerder voldoende kenbaar. Verweerder gaat te bureaucratisch te werk door van eiser te verlangen dat hij een nieuwe asielaanvraag indient.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Artikel 28, eerste lid, onder a, van de Procedurerichtlijn, [2] dat is overgenomen in artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw, bepaalt dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd buiten behandeling kan worden gesteld indien de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
5. Uit de uitspraak van de Afdeling [3] van 21 februari 2019 [4] blijkt dat van een vreemdeling kan worden verwacht dat hij, op het moment dat hij met het formulier M35-O een opvolgende aanvraag indient, in of bij dat formulier toelicht om welke redenen hij een opvolgende aanvraag indient en dat daarbij zo nodig bewijsmiddelen moeten zijn gevoegd. Uit die uitspraak blijkt ook dat verweerder een aanvraag buiten behandeling kan stellen, als de informatie die een vreemdeling heeft verstrekt bij het formulier M35-O onvoldoende is om de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen, en een vreemdeling ook naar aanleiding van een later verzoek om informatie, bijvoorbeeld in het voornemen, in gebreke blijft. Verweerder handelt dan niet onzorgvuldig door de aanvraag niet inhoudelijk te behandelen. De toets van de rechtbank is in dit geval alleen beperkt tot de vraag of verweerder in het bestreden besluit terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld op basis van wat op dat moment bij hem bekend was. [5]
6. Verweerder heeft de aanvraag van eiser terecht buiten behandeling gesteld, omdat eiser heeft nagelaten zijn aanvraag te onderbouwen met het door hem aangekondigde originele document. Bij de aanvraag heeft eiser op het formulier M35-O kenbaar gemaakt dat hij beschikt over een origineel Ivoriaans paspoort en vier andere documenten om zijn aanvraag te onderbouwen. Uit het dossier blijkt dat eiser dit paspoort eerst terug heeft gekregen, nadat verweerder vaststelde dat hij de vier overige documenten niet had overgelegd. Nadat verweerder eiser middels het aanvullend voornemen op 18 oktober 2024 in de gelegenheid had gesteld om binnen een week alsnog het paspoort over te leggen, heeft eiser geen zienswijze ingediend en ook niet binnen die termijn zijn paspoort overgelegd. Uit het dossier blijkt verder dat eiser op 30 oktober 2024 pas zijn paspoort heeft ingeleverd. Daarmee staat vast dat eiser het door verweerder gevraagde originele document niet heeft overgelegd binnen de gegeven termijn. Niet weersproken is dat dit originele document van wezenlijk belang is voor de beoordeling van de asielaanvraag. Ook heeft eiser geen verschoonbare reden gegeven voor het indienen van dit documenten buiten de gegeven termijn. Eiser heeft daarom niet voldaan aan zijn verplichting te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 4 maart 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Richtlijn 2013/32/EU.
3.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
5.Uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:919.