Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ivoriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 10 oktober 2024 een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder verzocht eiser om vier originele documenten te overleggen, waaronder een paspoort, via het formulier M35-O en aanvullende voornemens. Hoewel eiser aanvankelijk het paspoort terugkreeg omdat de aanvraag incompleet was, werd hij alsnog verzocht dit binnen een week na 18 oktober 2024 te overleggen.
Eiser heeft het paspoort echter pas op 30 oktober 2024 ingeleverd, waardoor hij niet binnen de gestelde termijn voldeed aan het verzoek om essentiële informatie te verstrekken. Dit leidde tot het besluit van verweerder om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser voerde aan dat hij wel op tijd in Ter Apel was om het paspoort in te leveren en dat verweerder te bureaucratisch handelde door een nieuwe aanvraag te eisen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld omdat eiser niet voldeed aan zijn informatieplicht en geen verschoonbare reden gaf voor de late indiening.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.J. Schouw op 4 maart 2025 te Middelburg.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buiten behandeling stelling van de asielaanvraag.