ECLI:NL:RBDHA:2025:3338
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit wegens onvoldoende medische noodsituatie
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om een verbod op haar verwijdering uit Nederland totdat op haar bezwaar tegen het terugkeerbesluit is beslist. De minister heeft op 4 februari 2024 een terugkeerbesluit opgelegd waarbij verzoekster binnen vier weken Nederland moet verlaten en terugkeren naar Kenia. Verzoekster betwist haar Keniaanse herkomst en stelt Somalische nationaliteit te hebben.
De voorzieningenrechter heeft het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) betrokken, waarin is vastgesteld dat verzoekster wel in staat is te reizen en dat bij het uitblijven van medische behandeling geen noodsituatie binnen drie tot zes maanden wordt verwacht. Verzoekster heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat geen medische noodsituatie dreigt en heeft geen stukken overgelegd die twijfel aan het BMA-advies rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Het bestreden besluit wordt niet geschorst en blijft van kracht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van een redelijke kans van slagen van het bezwaar.