ECLI:NL:RBDHA:2025:3357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen nareisverzoek
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is, waarbij vereist is dat eiseres de minister schriftelijk in gebreke stelt voordat beroep kan worden ingesteld.
Eiseres stelde dat zij de minister op 23 juli 2024 in gebreke had gesteld en dat de minister dit op 2 augustus 2024 had bevestigd. De rechtbank vroeg om bewijs van de ingebrekestelling en de ontvangstbevestiging. Eiseres leverde een verklaring aan van een referent die een ingebrekestelling had ingevuld, maar zonder datum of bewijs van indiening bij de minister. De overgelegde ontvangstbevestiging betrof een klacht en niet de ingebrekestelling.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij de minister in gebreke heeft gesteld en dat er geen reden is om aan te nemen dat dit redelijkerwijs niet van haar kon worden verlangd. Hierdoor is de minister niet in verzuim en voldoet het beroep niet aan de ontvankelijkheidseisen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Delger en is openbaar bekendgemaakt op 3 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.