ECLI:NL:RBDHA:2025:3357

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2025
Publicatiedatum
6 maart 2025
Zaaknummer
NL24.40334
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen nareisverzoek

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is, waarbij vereist is dat eiseres de minister schriftelijk in gebreke stelt voordat beroep kan worden ingesteld.

Eiseres stelde dat zij de minister op 23 juli 2024 in gebreke had gesteld en dat de minister dit op 2 augustus 2024 had bevestigd. De rechtbank vroeg om bewijs van de ingebrekestelling en de ontvangstbevestiging. Eiseres leverde een verklaring aan van een referent die een ingebrekestelling had ingevuld, maar zonder datum of bewijs van indiening bij de minister. De overgelegde ontvangstbevestiging betrof een klacht en niet de ingebrekestelling.

De rechtbank concludeert dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij de minister in gebreke heeft gesteld en dat er geen reden is om aan te nemen dat dit redelijkerwijs niet van haar kon worden verlangd. Hierdoor is de minister niet in verzuim en voldoet het beroep niet aan de ontvankelijkheidseisen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Delger en is openbaar bekendgemaakt op 3 februari 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.40334
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Hassan),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis (de aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit.

Is het beroep van eiseres ontvankelijk?

3. In het beroepschrift van 21 oktober 2024 heeft eiseres aangegeven dat zij de minister op 23 juli 2024 in gebreke heeft gesteld. Bij brief van 2 augustus 2024 zou de minister de ontvangst daarvan hebben bevestigd. Bij brief van 21 november 2024 heeft de griffier van de rechtbank eiseres de gelegenheid geboden om een kopie van de ingebrekestelling en van de ontvangstbevestiging over te leggen. Eiseres heeft hierop een verklaring per e-mail van 4 december 2024 ingebracht. Uit deze verklaring blijkt dat [A.] , de referent van eiseres, bij VluchtelingenWerk [locatie] een ingebrekestelling heeft ingevuld. De e-mail vermeldt evenwel niet wanneer dit is gebeurd en of, en zo ja wanneer, deze ingebrekestelling is ingediend bij de minister. Verder heeft eiseres een
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
ontvangstbevestiging overgelegd van 19 november 2024. Deze ontvangstbevestiging heeft evenwel betrekking op een klacht die eiseres had ingediend en ziet dus niet op de gestelde ingebrekestelling. Van een ontvangstbevestiging van 2 augustus 2024 is verder niet gebleken.
4. Gelet hierop heeft eiseres niet aangetoond dat zij de minister in gebreke heeft gesteld. Het is verder niet gebleken dat redelijkerwijs niet van eiseres kon worden gevergd dat zij de minister in gebreke stelde. De minister is derhalve niet in verzuim. Dit maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen door de minister.2 Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
_________
2 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
D.A.M. Delger, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
03 februari 2025

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.