ECLI:NL:RBDHA:2025:3379
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening tegen afwijzing aanvraag vreemdelingenrecht niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag door de Minister van Asiel en Migratie. De minister had het primaire besluit op 10 januari 2024 genomen en het bezwaar daarop op 21 januari 2025 afgewezen. Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als er een lopende beroepsprocedure is tegen het besluit op bezwaar. Omdat dit niet het geval is, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor wordt het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en wijst het af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende beroepsprocedure.