ECLI:NL:RBDHA:2025:338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag door verlenging beslistermijn
Eiser diende op 9 januari 2024 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 9 juli 2024 eindigen. Echter, met de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2023/3 is deze termijn met negen maanden verlengd tot 9 april 2024. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is vanwege de situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet.
Eiser stelde op 7 augustus 2024 een ingebrekestelling in en vervolgens een beroep tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend omdat de verlengde beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. de Danschutter op 13 januari 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.