Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 14 mei 2024 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegewezen.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, vermeerderd met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. Eiser heeft de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en sindsdien zijn meer dan twee weken verstreken, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank past het fifo-principe toe en stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 30 juli 2026. Tevens legt zij een bestuurlijke dwangsom op van €100 per dag overschrijding met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser tot €453,50.
De uitspraak draagt de minister op om binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen en waarschuwt voor de gevolgen van niet-naleving. Eiser krijgt hiermee volledige gelijk en de minister wordt juridisch aangesproken op haar verplichtingen.