ECLI:NL:RBDHA:2025:3439
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek nationaliteit
Eiser, die bij binnenkomst een Tsjadisch paspoort overhandigde, stelt Soedanese nationaliteit te hebben en afkomstig te zijn uit Darfur. De minister wees de aanvraag af op grond van het echt bevonden Tsjadische paspoort en achtte de identiteit en nationaliteit van eiser ongeloofwaardig. Eiser heeft in beroep echter originele Soedanese documenten en een verklaring van de Soedanese ambassade overgelegd, evenals pogingen gedaan om contact te leggen met de Tsjadische autoriteiten.
De rechtbank overweegt dat eiser een oprechte inspanning heeft geleverd om zijn Soedanese nationaliteit aannemelijk te maken, mede vanwege zijn detentiesituatie die contact bemoeilijkt. De minister heeft het besluit onzorgvuldig genomen door niet het nodige onderzoek te verrichten naar de gestelde nationaliteit en herkomst.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.