ECLI:NL:RBDHA:2025:3506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel wegens gebrek aan belang
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de minister op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft de rechtbank geïnformeerd over het besluit tot oplegging van deze maatregel, wat gelijkgesteld werd met een beroep.
De rechtbank constateerde dat eiseres reeds op 3 februari 2025 een beroep had ingesteld tegen dezelfde maatregel in een eerdere procedure (zaaknummer NL25.5117), welke op 21 februari 2025 inhoudelijk was beoordeeld. Hierdoor achtte de rechtbank het beroep in de onderhavige zaak niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang bij een nieuwe inhoudelijke beoordeling.
Partijen stemden in met afdoening zonder zitting. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door rechter Kerstens-Fockens op 5 maart 2025 en kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang bij inhoudelijke beoordeling.