Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 17 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Zwitserland en een significant risico op het onttrekken aan toezicht.
Eiser betwistte de rechtmatigheid van de maatregel en stelde onder meer dat hij niet tijdig was overgeplaatst naar het detentiecentrum, geen raadsman bij het gehoor had terwijl hij hierom had gevraagd, en dat lichtere middelen hadden kunnen worden toegepast. De rechtbank oordeelde dat eiser binnen 24 uur was overgeplaatst, dat het ontbreken van een raadsman bij het gehoor hem onvoldoende in zijn belangen had geschaad, en dat de zware gronden voor bewaring terecht waren toegepast.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel op juiste wettelijke gronden was gebaseerd, dat eiser onvoldoende meewerkte aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit, en dat er een significant risico bestond dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Gezien deze omstandigheden was geen lichter middel doeltreffend.
De maatregel werd op 26 februari 2025 opgeheven door overdracht aan Zwitserland, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of schadevergoeding moest worden toegekend. De rechtbank wees het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het beroep ongegrond.
Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.