ECLI:NL:RBDHA:2025:3521
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Spanje in Dublinprocedure
Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Tegen dit besluit is beroep ingesteld, dat buiten zitting kennelijk ongegrond werd verklaard. Verzoekster verzet zich tegen de feitelijke overdracht aan Spanje en vraagt een voorlopige voorziening om deze overdracht te voorkomen.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzet beperkt is tot de vraag of de rechtbank terecht zonder zitting uitspraak heeft gedaan. Verzoekster voert aan dat haar echtgenoot inmiddels een asielaanvraag in Nederland heeft gedaan en dat het belang van het kind en het gezin een overdracht in de weg zou moeten staan. De rechter oordeelt dat verzoekster de familierechtelijke relatie niet voldoende heeft onderbouwd en dat er geen nieuwe feiten zijn die twijfel rechtvaardigen over de eerdere uitspraak.
De rechtbank concludeert dat het verzet geen redelijke kans van slagen heeft en dat het spoedeisend belang aanwezig is vanwege de geplande overdracht. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De uitspraak is bindend voor het bodemgeding en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om overdracht aan Spanje te voorkomen wordt afgewezen.