ECLI:NL:RBDHA:2025:3522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse politieagent wegens ongeloofwaardige Taliban-vrees
Eiser, een Afghaanse politieagent die sinds de machtsovername door de Taliban in 2021 ondergedoken leefde, vroeg asiel aan in Nederland. Hij stelde dat hij door de Taliban werd gezocht vanwege zijn voormalige functie en een telefoontje met een overheidsnummer dat hij had ontvangen en genegeerd. De minister wees de aanvraag af omdat de problemen met de Taliban niet aannemelijk waren gemaakt.
De rechtbank bevestigt dat eiser weliswaar zijn identiteit, nationaliteit en werk als politieagent geloofwaardig heeft gemaakt, maar dat zijn verhaal over de dreiging van de Taliban onvoldoende is onderbouwd. Het telefoontje en de vermeende gevolgen daarvan zijn vaag gebleven, en het is onwaarschijnlijk dat de Taliban hem of zijn familieleden niet hebben benaderd gezien hun opsporingsmethoden.
De rechtbank benadrukt dat de bewijslast voor het aannemelijk maken van het asielrelaas bij de asielzoeker ligt. De samenwerkingsverplichting tussen vreemdeling en minister betekent niet dat de minister verantwoordelijk is voor het aannemelijk maken van het verhaal. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige dreiging door de Taliban.