ECLI:NL:RBDHA:2025:353
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing onmiddellijke invrijheidstelling en wijziging GVM-status gedetineerde
Een gedetineerde, veroordeeld voor handel in drugs en wapens, vordert onmiddellijke invrijheidstelling en verwijdering of verlaging van zijn GVM-status. De rechtbank oordeelt dat het kort geding niet dient als verkapt appel op eerdere beslissingen over uitstel van voorlopige invrijheidstelling en wijst de primaire vordering af.
De subsidiaire vorderingen betreffen de GVM-status. De rechtbank stelt dat de plaatsing en verlenging van de status onder grote beoordelingsvrijheid van de selectiefunctionaris valt, maar dat de verlenging naar de categorie hoog onvoldoende concreet is onderbouwd. De beschuldigingen zijn vaag en niet met voorbeelden toegelicht, waardoor de rechtbank de verlenging niet redelijk acht.
De rechtbank beveelt daarom de GVM-status te wijzigen van hoog naar verhoogd, waarbij de gedetineerde op de lijst blijft maar met een lagere risicocategorie. De overige vorderingen worden afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling afgewezen en GVM-status gewijzigd van hoog naar verhoogd.