ECLI:NL:RBDHA:2025:3616

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2025
Publicatiedatum
10 maart 2025
Zaaknummer
NL25.1811 en NL25.1813
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 42 VwVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen door verlengde beslistermijn

Eisers hebben op 14 januari 2025 beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen die zij op 4 mei 2024 indienden. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 4 november 2024 eindigen. Echter, met de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2023/3 is deze beslistermijn met negen maanden verlengd tot 4 augustus 2025.

De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor was de beslistermijn op het moment van de ingebrekestellingen van 23 december 2024 nog niet verstreken, waardoor deze ingebrekestellingen te vroeg zijn ingediend.

Als gevolg hiervan zijn de beroepen van eisers tegen het uitblijven van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier S.A. Sewratan op 7 maart 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De beroepen tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvragen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.1811 en NL25.1813

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer 1],

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer 2]
samen: eisers
(gemachtigde: mr. S. Toksöz),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 14 januari 2025 beroepen ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 4 mei 2024.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eisers hebben op 4 mei 2024 asielaanvragen ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in geval van eisers op 4 november 2024 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 [2] de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eisers pas op 4 augustus 2025 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in haar uitspraken van 19 april 2024 [3] geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van de WBV 2023/3 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. [4] De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak van dit oordeel af te wijken. Deze verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat op het moment van de ingebrekestellingen de beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor de ingebrekestellingen van 23 december 2024 te vroeg zijn ingediend. Daarom zijn de beroepen van eisers tegen het uitblijven van een besluit op hun asielaanvragen kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 7 maart 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Besluit van 26 januari 2023, nummer WBV 2023/3, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000; gepubliceerd in Staatscourant 2023 nr. 3235.
4.Vreemdelingenwet 2000.