Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: S. Kowsari).
Procesverloop
Overwegingen
Voortvarendheid
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 7 maart 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring was gericht op het vaststellen van identiteit en nationaliteit en het verkrijgen van gegevens voor de asielprocedure.
Eiser voerde aan dat de minister een lichter middel had moeten toepassen vanwege zijn medische klachten en dat de minister onvoldoende voortvarend was geweest in de asielprocedure. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was, mede omdat er een risico op onttrekking bestond en de medische behandeling in detentie adequaat was. Ook werd geoordeeld dat de minister voortvarend had gehandeld met het asielgehoor en het voornemen binnen een redelijke termijn.
De rechtbank concludeerde dat de zware en lichte gronden voor bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.