ECLI:NL:RBDHA:2025:3721
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid België
Verzoekers, allen van Guinese nationaliteit, hebben bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvragen op 13 december 2024 niet in behandeling genomen omdat België volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Op 4 maart 2025 vond de zitting plaats waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoekers en hun gemachtigde waren verhinderd en verschenen niet. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten en op 11 maart 2025 uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard en daarmee het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig gemaakt. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de minister terecht de asielaanvragen niet in behandeling heeft genomen.