ECLI:NL:RBDHA:2025:3801
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onvoldoende bewijs functioneel daderschap en overschrijding redelijke termijn
Eiser, eigenaar van een woning die verhuurd werd, kreeg een bestuurlijke boete van €10.000 opgelegd wegens het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten zonder vergunning. De overtreding werd vastgesteld bij inspectie op 14 september 2022. Eiser betwistte de boete en voerde aan dat hij zijn zorgplicht had nageleefd door huurders te screenen en de woning regelmatig te controleren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had aangetoond dat eiser de overtreding had aanvaard en als functioneel dader kon worden aangemerkt. Hoewel de woning door 13 personen werd bewoond zonder vergunning, was in de huurovereenkomst onderverhuur verboden en had eiser na kennisname van de overtreding de huurovereenkomst ontbonden. De controles door eiser en zijn makelaar werden niet volledig weersproken en de korte periode tussen het aangaan van de huurovereenkomst en de constatering van de overtreding maakte het moeilijk om schending van de zorgplicht aan te nemen.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden met ruim drie maanden. Omdat de boete onterecht was opgelegd, kon deze niet worden gematigd, en werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegekend. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.000 wordt vernietigd en eiser krijgt een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.