Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 25 augustus 2022. De rechtbank had bij eerdere uitspraak van 10 mei 2024 verweerder opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding. Verweerder nam op 15 januari 2025 een afwijzend besluit, maar trok dit op 11 februari 2025 weer in.
De rechtbank constateert dat nog geen besluit is genomen binnen de gestelde termijn en verklaart het opvolgend beroep gegrond wegens overschrijding. De standaardtermijn van twee weken voor alsnog beslissen wordt verlengd naar acht weken vanwege de noodzaak van aanvullend horen van eiser.
De rechtbank legt een dwangsom van € 200,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, begroot op € 453,50, vanwege de lichte aard van de zaak die uitsluitend ziet op de overschrijding van de beslistermijn.