ECLI:NL:RBDHA:2025:3812
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens veilig derde land Zuid-Korea en ongegrond beroep
Eiser, een Egyptische asielzoeker, diende op 1 januari 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 16 januari 2025 niet-ontvankelijk omdat Zuid-Korea als veilig derde land werd aangemerkt. Eiser betwistte dit en stelde dat Zuid-Korea niet voldoet aan de mensenrechtenverplichtingen en dat hij risico loopt op indirect refoulement. Hij voerde aan dat Zuid-Korea een laag inwilligingspercentage heeft en slechte opvang- en detentieomstandigheden kent.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had verricht en dat Zuid-Korea als veilig derde land kan worden beschouwd, mede omdat eiser een geldige verblijfsvergunning heeft en een redelijke band met Zuid-Korea. Eiser slaagde er niet in om voldoende tegenbewijs te leveren dat hij niet tot Zuid-Korea zou worden toegelaten of dat hij daar niet adequaat zou worden behandeld. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de vergelijkbare gevallen niet voldoende overeenkwamen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter op 17 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.