Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid. Op 8 december 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie deze vergunning met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 1 oktober 2021 en haar verzoek om wijziging van het verblijfsdoel naar 'humanitair niet-tijdelijk' afgewezen.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 maart 2024 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde zij beroep in bij de rechtbank en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank op hetzelfde moment uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, een voorlopige voorziening niet langer nodig is en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en afwijzing van wijzigingsverzoek is afgewezen.