ECLI:NL:RBDHA:2025:3831
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring herhaalde asielaanvraag Surinaamse nationaliteit
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, diende op 30 december 2024 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, nadat zijn eerdere aanvraag was afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder verklaarde de nieuwe aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe elementen of bevindingen had aangevoerd die de eerdere afwijzing konden weerleggen.
Eiser voerde aan dat hij nieuwe foto’s en video’s had overgelegd die extra context boden en zijn eerdere verklaringen ondersteunden. Daarnaast stelde hij dat verweerder een onredelijk hoge ontvankelijkheidsdrempel hanteerde, het besluit onvoldoende motiveerde en het zorgvuldigheidsbeginsel schond door de nieuwe bewijsstukken niet mee te wegen. Ook stelde eiser dat verweerder niet aan zijn samenwerkingsplicht had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe bewijsstukken niet relevant waren omdat zij geen nieuwe elementen bevatten die de eerdere ongeloofwaardige verklaringen konden weerleggen. De video’s betroffen openbare bronnen of beelden die reeds in eerdere aanvragen waren overgelegd zonder nieuwe feiten te tonen. Verweerder mocht terugverwijzen naar de eerdere afwijzing en had voldaan aan de samenwerkingsplicht door een aanvullend gehoor te organiseren.
Daarom bleef het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de niet-ontvankelijkverklaring van de herhaalde asielaanvraag.