ECLI:NL:RBDHA:2025:3876
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen zou wegnemen. De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister niet binnen de gestelde termijn beslist. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, minister opgelegd binnen acht weken te beslissen en dwangsom opgelegd bij overschrijding.