ECLI:NL:RBDHA:2025:388
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 3 augustus 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De minister moest uiterlijk binnen 90 dagen na ontvangst van de aanvraag beslissen, met een verlenging van drie maanden. De uiterste beslistermijn was vastgesteld op 2 februari 2024.
Eisers hebben de minister bij brief van 2 februari 2024 in gebreke gesteld, hoewel uit een ontvangstbevestiging bleek dat de ingebrekestelling mogelijk al op 25 januari 2024 was verzonden. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling prematuur was ingediend omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken.
Daarom voldoet het beroep niet aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaart het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Eisers hoeven geen griffierecht te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag mvv wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege prematuur ingediende ingebrekestelling.