ECLI:NL:RBDHA:2025:3880
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsrecht op grond van Chavez-Vilchez arrest
Eiser, een Indiase nationaliteit dragende vader van een in Nederland geboren kind met de Nederlandse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez-Vilchez. Deze aanvraag werd afgewezen door de Minister van Asiel en Migratie omdat eiser Nederland niet hoeft te verlaten aangezien zijn huidige verblijfsvergunning nog geldig is.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en stelde beroep in bij de rechtbank. Hij voerde aan dat het onwenselijk is dat hij eerst onrechtmatig zou moeten verblijven voordat hij aanspraak kan maken op het Chavez-verblijfsrecht, en dat hij gehoord had moeten worden in de bezwaarprocedure.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel procesbelang heeft omdat hij de grondslag van zijn verblijfsrecht wil wijzigen. Echter, omdat de verblijfsvergunning nog niet is ingetrokken en het Chavez-arrest ziet op situaties waarin het verblijf onrechtmatig is, kan het beroep niet slagen. Ook is het horen van eiser in bezwaar terecht achterwege gebleven omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Dokkum en griffier J.R. Froma op 12 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsrecht op grond van het Chavez-Vilchez arrest is ongegrond verklaard.