ECLI:NL:RBDHA:2025:3883
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beëindiging EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens strafbare feiten
Eiser, met de Poolse nationaliteit, werd bij besluit van 25 mei 2023 door de Minister van Asiel en Migratie zijn EU-verblijfsrecht beëindigd en ongewenst verklaard vanwege meerdere strafbare feiten die hij in het verleden heeft gepleegd. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat ondanks dat eiser sinds juni 2024 in Duitsland woont en werkt en een positieve gedragsverandering heeft doorgemaakt, het gedrag van eiser nog steeds een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Dit oordeel baseert de rechtbank op het feit dat de strafbare feiten relatief recent zijn gepleegd, dat eiser een groot deel van de periode in detentie heeft doorgebracht en dat hij zich nog in zijn proeftijd bevindt.
De rechtbank stelde verder vast dat de hoorplicht door verweerder niet is geschonden, aangezien er geen aanleiding was om eiser te horen tijdens bezwaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens gebrek aan connexiteit. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen beëindiging EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.