ECLI:NL:RBDHA:2025:3885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring vreemdeling met internationale bescherming in andere lidstaat
De minister van Asiel en Migratie legde op 23 februari 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, die internationale bescherming geniet in een andere lidstaat, stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het legaliteitsvereiste van artikel 5 EVRM Pro niet is geschonden, ondanks dat het terugkeerbevel niet expliciet vermeldde dat niet-naleving kan leiden tot bewaring. De wettelijke basis voor de bewaring was aanwezig omdat de noodzakelijke documenten voor terugkeer beschikbaar waren. De minister had ook terecht geen lichter middel toegepast, gezien het gebrek aan daadwerkelijke terugkeeracties van eiser.
Verder vond de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend handelde bij het regelen van de uitzetting en dat er geen schending van de goede procesorde was, ondanks het ontbreken van een processtuk in het dossier. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.