ECLI:NL:RBDHA:2025:389
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling minister na niet tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak bij de Rechtbank Den Haag stond de proceskostenvergoeding centraal na een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie. Verzoekster had een aanvraag ingediend op 16 januari 2024 waarop de minister niet tijdig had beslist, waarna zij beroep instelde.
Tijdens de procedure kwam de minister alsnog tegemoet door alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag. Dit leidde tot de intrekking van het beroep. De rechtbank stelde vast dat verzoekster hierdoor recht had op vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) werd de minister veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. De rechtbank deed deze uitspraak zonder zitting, omdat het verzoek kennelijk gegrond was.
De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdige besluitvorming.